Author Topic: Voor de lange wachters...  (Read 9515 times)

Maryson

  • Global Moderator
  • *****
  • Posts: 460
    • View Profile
    • http://meestermagier.com
Voor de lange wachters...
« on: January 31, 2008, 07:11:32 PM »
Het duurt nog "een aantal maanden" voor het tweede boek van De Grote Legende in de schappen ligt.
Da's lang. Om het overbruggen van die tijd iets acceptabeler te maken, zal ik hier enkele keren delen van hoofdstukken plaatsen. Ongeredigeerd.

Allereerst een deel van wat voorlopig hoofdstuk 6 is. De introductie van een nieuw personage dat een rol van betekenis gaat spelen. Ik heb het op de laatste meet voorgelezen.


6   In Tarfilion

   
   ‘Vriendschap duurt zo ver het oog reikt.’

               SPREKENDE WOORDEN
               ZOEKER TANTREL VAN SHANSPOOR
                [AQ 1451]


Anu Quistrum 1721 - de maand van Tondering - zevenentwintigste dag


Kaar had zich vreemd genoeg nooit op zijn plaats gevoeld binnen de muren van Tarfilion. Hij, huurling tot op het bot, strijder voor ieder die hem voldoende voedde of betaalde, bewoog zich ongemakkelijk door de straten van het bolwerk van de Vestheren. Geen andere stad kon meer aanspraak maken op de titel “thuis van krijgers en huurlingen”, maar zodra het kon, ontvluchtte Kaar de bergvesting.
Misschien speelde wel mee dat hij geen stadsmens was. Hij kwam pas tot leven als het land openvouwde, als de invloed van de mens op zijn omgeving werd gereduceerd tot een pad of een wankele brug over een beek of rivier en als de geur van bloesems en vers gras zich in zijn geest begroef.
Hij beende met half gebogen hoofd door de straten, zijn grijze ogen hooguit tien meter voor zich gericht. Hij had geen oog voor de massa die om hem heen krioelde, de hoge, taps toelopende gevels van grote manterstenen en de uitnodigend geopende deuren van etablissementen. Hij had geen oor voor de lokkende roep van de neringdoenden, die allerlei handel hadden uitgestald op kleden. Hij rook de geur van warm brood, zoet reukwater, kruiden, de stank van dierlijke uitwerpselen en de zure lucht van bezwete lijven. Hij sloeg een hoek om, betrad de Laan van de Vestheren. Opeens keek hij dan toch op: een hamer beukte op een aambeeld. In een van de vele smidsen van de stad werd een zwaard gesmeed.
‘Tarfilion heeft zijn eigen tovenaars,’ prevelde hij schor, hield even in en keek opzij, waar het silhouet van de smid opnieuw toesloeg en vonken in het rond sproeiden. ‘Zij scheppen de dood uit vormeloos ijzer en branden de woede erin die nodig is om het hart van de vijand te doorboren.’
Hij grijnsde. Alleen de geboorte van een wapen interesseerde hem blijkbaar voldoende om hem uit zijn lethargie te wekken. Dit waren grijze dagen. Hij had mee willen rijden met Volt en zijn mannen, die samen met de vrouw van de Mainter Urgain optrokken naar Warlo, maar hij had zijn oude kampmeester Jares niet in de steek willen laten. Hij had immers beloofd hem nog minstens een week te verzorgen.
‘Ditmaal geen Warlo voor jou, Kaar,’ zei hij hardop tegen zichzelf.
Enkele passanten keken schielijk opzij naar de donkerharige dertiger die in zichzelf liep te praten.
‘Een goudstuk voor je gedachten, Kaar.’
Een heldere stem schalde over het plein. Kaars looppas stokte. Hij beet zo hard op zijn onderlip dat het pijn deed. Dit was wel de laatste stem die hij wilde horen en zeker niet met dat neerbuigende toontje. Hij haalde diep adem en draaide zich om.
‘Momphas!’ Hij slaagde erin verrast en zelfs enthousiast te klinken. ‘Wat brengt jou hier? Ik dacht dat je op weg was naar Warlo, zoals een huurling betaamt.’
Momphas, gespierd, met de arrogantie van de jongeling van nog geen twintig, wiens zelfvertrouwen nog niet op de proef is gesteld, overbrugde de afstand tussen hen, legde zijn rechterhand op het gevest van zijn tweezwaard en posteerde zich wijdbeens voor Kaar. Zijn linkerhand schoot uit en greep Kaars schouder vast.
‘En waarom ben jij dan zelf niet in Warlo, Kaar?’ vroeg hij. Zonder antwoord af te wachten boog hij voorover en voegde er zachter aan toe: ‘Ik heb ander werk. Belangrijk werk. Misschien wel van meer belang dan dat ik mij meng in het strijdgewoel bij Warlo.’
Kaar wist wanneer het beter was te zwijgen, ruimte te laten voor nog meer informatie van praatgrage lieden als deze jonge huurling. Hij kende Momphas van de vestopleiding in Torp. Om redenen die Kaar nooit had begrepen, had de knaap uit Manterpas altijd zijn gezelschap gezocht. Kaar had hem daartoe geen enkele aanleiding gegeven, maar hoe norser en afstandelijker hij zich gedroeg, des te vaker en langer wenste Momphas met hem op te trekken.
Momphas vulde Kaars zwijgen in.
‘Een geheime missie. Ik wacht hier op de komst van een groep hoge quisitoren.’
Kaar knikte, blijkbaar matig geïnteresseerd.
‘Erg hoge quisitoren.’ Momphas’ felle, bruine ogen glommen. ‘Je vraagt je af waarom díe niet in Warlo zijn, hè.’
En jij weet vast waarom, dacht Kaar. Hij greep de hand die op zijn schouder rustte.
‘Dat we elkaar hier nou moeten treffen. Ik heb wel tijd voor een kroes Skarberger. Wat dacht je van Het Oog van Tarfilion?’
Getweeën betraden ze even later de in de metersdikke stadswal ingebouwde herberg die als enig bouwwerk van de stad uitzicht bood op de wouden en de uitlopers van de Nachtbergen.
Het was er druk, warm en rokerig. Ze kozen een tafel vlak bij de smalle uitzichtvensters. Momphas deed zijn donkergroene mantel uit en drapeerde hem met een zwierig gebaar over de stoelleuning.
Kaar liep naar een venster en staarde enkele tellen naar de gekartelde muur achter de wouden.
‘De Nachtbergen,’ prevelde hij. ‘Waarom heb ik toch steeds het gevoel dat ik daar de komende dagen zal zijn?’
‘Wat zeg je?’ Momphas stond achter hem.
‘Ik citeerde Val van Derm, onze grote dichter,’ loog Kaar vlot. Hij grijnsde zijn tanden bloot. ‘Als ik de Nachtbergen zie word ik altijd lyrisch.’
‘Lyrisch? Jij?’ zei Momphas. ‘Dat zou voor het eerst zijn. Kom, ik trakteer op een Skarberger witbier.’
Drie kroezen witbier weekten Momphas geheimen los.
‘Ik mag het niemand vertellen,’ fluisterde hij en bracht zijn gezicht tot vlak bij dat van Kaar, ‘maar ik begeleid de eerste seigneur naar Erlas Dey.’
Kaar hield zijn gezicht in de plooi, verpakte zijn reactie in lichte verbazing.
‘Karwing? Is Karwing hier, in Tarfilion?’
‘Nog niet. Vanavond of morgenochtend arriveert hij ter hoogte van Tarfilion. Hij zal de stad niet binnengaan. Er bevinden zich al wat nachtbrengers en volbrengers in Tarfilion. Zij gaan mee. Ik voeg me met een corte onder leiding van vestmeester Loch bij hen.’
Momphas sloeg een teug bier achterover. Even staarde hij met grote ogen naar Kaar, toen zei hij scherp: ‘Niemand weet dit, behalve vestmeester Loch en ik. Je vertelt het aan niemand, hoor.’
Kaar greep Momphas’ pols beet.
‘Weet je nog wat we altijd zeiden?’ gromde hij. ‘Jouw geheim is het mijne.’
Maar met deze kennis kan ik wel uit de voeten, voegde hij er in gedachten aan toe.
Momphas dronk nog een aantal Skarbergers, terwijl Kaar steeds van dezelfde kroes nipte. Ze haalden herinneringen op aan hun tijd in Torp. Opeens stond Kaar schielijk op.
‘Ach, het bier verdrinkt mijn geheugen! Ik moet voor het wacht-uur inkwartieren bij de vestingwacht.’
Ze omhelsden elkaar.
‘Wees voorzichtig, Momphas,’ zei Kaar. ‘Waar Karwing verschijnt, vallen doden. Vijanden, bondgenoten én huurlingen.’
‘Ik niet,’ zei de jonge huurling zelfverzekerd. Hij wankelde de herberg uit, gevolgd door Kaar.
‘Betere tijden, Momphas,’ zei Kaar bij de deur en klopte de knaap op zijn schouder.
‘Betere tijden, Kaar.’
Momphas beende weg, zo nu en dan de richting waarin hij liep licht corrigerend. De grijze ogen van Kaar staarden hem na.
‘Heb ik toch nog iets aan je gehad, jongen,’ bromde hij en streek met zijn wijsvinger langs het blad van Aurio, zijn tweede zwaard.
Het nieuws nam hem zo in beslag, dat hij bijna vergat waarvoor hij onderweg was geweest. Hij verhaastte zijn pas, sloeg een zijstraat in, op weg naar de oude wijk, waar allerlei niet voor de hand liggende koopwaar werd aangeboden in kleine winkeltjes. Blad en Bast, meldde het scheefhangende bord boven een van de winkels. Kaar ging er naar binnen en kocht een buidel kinabast.
‘Dit verslaat bijna elke hoest,’ verzekerde de winkelier hem.
‘Maar niet die van mijn meester,' mompelde Kaar toen hij de winkeldeur weer achter zich dichttrok.
« Last Edit: January 31, 2008, 08:33:22 PM by Maryson »
www.chaptersliterair.nl
www.fantastyval.nl

Nooit was ik dichter bij de klop op de deur van de hemel dan langs het pad van de taal.

Nessa

  • *
  • Posts: 263
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #1 on: January 31, 2008, 07:35:32 PM »
Wauw...

Rafeltje

  • *
  • Posts: 127
  • The Silent Observer
    • View Profile
    • http://www.sophiaswereld.nl
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #2 on: January 31, 2008, 09:53:17 PM »
Snel doorschrijven maar Wim... des te eerder hebben we het hele boek!

Mara

  • *
  • Posts: 296
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #3 on: January 31, 2008, 10:34:40 PM »
DANK U !!!! ;D
Oma van Maria Freyalise 19-11-2005

Dinges

  • *
  • Posts: 342
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #4 on: February 02, 2008, 12:17:20 AM »
Inderdaad wauw......
Ik krijg spontaan weer zin om het eerste boek te herlezen.
Veel succes met het afmaken van het boek, ik ben heel benieuwd.


Egwene

  • *
  • Posts: 533
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #5 on: February 02, 2008, 07:04:51 PM »
Heerlijk om te lezen Wim!! Schiet maar gauw op!
www.ff-leesclub.nl
Alles over fantasy en meer.

Rayandir

  • *
  • Posts: 60
  • Ryfaël! Kaharr!
    • View Profile
    • The Citadel
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #6 on: February 03, 2008, 07:12:23 PM »
Heel mooi, heel mooi. Ik kan niet wachten tot het volgende boek uitkomt  ;D.
Miniaturen van LotR. Dàt is mijn hobby.

Du-Djutz

  • *
  • Posts: 315
  • De eerlijke rechter
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #7 on: February 04, 2008, 01:22:22 PM »
Om me bij Nessa te voegen: WAUW...  ;D
** the honest judge **

Gingergirl

  • *
  • Posts: 402
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #8 on: February 04, 2008, 08:47:32 PM »
Ik moet De grote legende maar eens gaan op zoeken in de bibliotheken en hopen dat ze ze hebben..
Southern Writing Group, Megani's Heirs.

Maryson

  • Global Moderator
  • *****
  • Posts: 460
    • View Profile
    • http://meestermagier.com
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #9 on: February 26, 2008, 07:16:32 PM »
De voorlopige proloog van het tweede boek. Pas als publicatie nadert, zal ik nog iets posten, anders wordt de uitgever misschien bozig ;D

   Proloog

De figuur trotseerde de storm, die de vlakte geselde. De grijze mantel klapperde als een flakkerende vlam met de rukwinden mee, maar het marmeren lichaam bleef roerloos, als een pilaar die boven de aarde uittorende, die de pijn van het striemende zand als een draagbaar ongemak voor lief nam. Het gezicht was als uit graniet gehouwen, van een soort grijs die alle andere kleuren ongezien met zich meedraagt. De ogen gloeiden als twee warme vuren, die goudkleurige irissen met smalle, bijna ovalen pupillen omkransten. De blik, leeftijdloos, maar vervuld van wijsheid en weten en de melancholie die daarbij hoort, staarde in de zandwervelingen. De figuur tilde een arm op en hield het hoofd schuin. Dunne vingers tekenden een patroon in de lucht. De storm deinsde terug, het zand beschreef een boog om de figuur heen. Een stemgeluid werd die door een bezwering geboetseerde luwte ingestuurd; wat schor, maar toch vol en diep als een basluit.
‘Maramee, zo lang al en nog altijd komen de lijnen niet samen.’
De greep op de staf werd verstevigd. De andere hand omklemde een gouden amulet, die aan een leren hanger om de hals van de figuur bungelde. In het goud was een steensplinter ingelegd.
De stem werd nog dieper, donkerder.
‘Ach, hoe langer de draad van mijn tijd zich uitrekt, des te relatiever worden wensen. Zelfs woorden als geduld en wachten hebben hun betekenis verloren. Ik ben, ik besta, tegen alle menselijke wetten in. Dat is voldoende.’
Lang zweeg de figuur en bestudeerde de noordoostelijke horizon, waar de vorm van een gebergte zo nu en dan zichtbaar werd door de zandnevel heen.
‘Zolang het woord leven zijn betekenis maar niet verliest,’ klonk het uiteindelijk weer met de schorre stem.
 De vingers tekenden opnieuw een patroon in het niets, lieten de storm weer toe in de luwte. Er vielen grijze schellen over het goud van de ogen. Het marmeren lichaam draaide zich half om. De ogen bleven rusten op de contour van een duizelingwekkend bouwwerk dat scheef in het woestijnzand hing.
‘Yndivaer.’ Het gemompelde woord, bol van onbenoembare emotie, werd gegrepen door een ziedende windvlaag, die gezonden leek door de hand van een duistere tegenstrever.
De figuur liet zich door de stormvlagen meedragen naar het bouwwerk. Liep hij? Hij leek wel werkelijk te worden opgetild door de wind. Het gebouw – was het wel een gebouw? – lag in een kom. Aan de rand stopte de man en keek op, alsof hij iets hoorde boven het razen van de wind uit.
‘Wat roert zich daar?’ zei hij. ‘Welke wezens hebben de woorden geduid? Vriend of vijand?’
Hij daalde af en werd opgeslokt door een poort die hem wel honderd keer kon bevatten. Een tel lang lichtte een bleek schijnsel op.


Was dat een teken? Een schorre schreeuw rolde over de vlakte. Uit de grauwheid van de zuidelijke achtergrond doemde een grote vogel op; grijze en witte veren, een lange, kromme snavel en een enorme spanwijdte. Een in een bruine mantel gehulde vrouw troonde op de rug van het dier. Ze hield de vogelriem rond de hals van het dier losjes met één hand vast.
De storm luwde binnen enkele tellen. Het gebouw verdween achter nevelslierten, die uit de poriën van de woestenij tevoorschijn kwamen en als geesten naar elkaar toe zweefden.
‘Hier moet het ergens zijn, Klauw,’ riep de vrouw, klaarblijkelijk tegen de vogel. ‘De lucht zindert van de magie. Oude magie, van voor de bevingen. De storm is gemaakt van Witte Weefwind. De mist is afkomstig van een Vormloos Neerdalende Grijswalm en trekt binnen tien tellen op, indien de schepper ervan dat zou willen. Hier hangen spreuken en bezweringen in de lucht, zo voor het grijpen, voor wie de oude magie beheerst.’
Ze speurde de vlakte af, maar miste de torens van het gebouw, waaroverheen de mantel van de nevel was geworpen.
‘Voor wie de oude magie beheerst,’ herhaalde ze, ‘en dat kan er maar één zijn, als mijn duidingen kloppen.’
Ze dirigeerde de vogel in een grote boog naar het noorden. Daar doemde een vorm op. Het leek een enorm standbeeld, zomaar midden op de vlakte neergezet. Toen ze dichterbij kwamen bleek het de versteende gedaante van een gevleugeld wezen te zijn.
‘Gosiu,’ zei de vrouw. ‘Eén van de vier wachters uit de legende. De eeuwen hebben het nauwelijks aangetast. Dit land heeft ooit onder water gestaan, heeft geleden onder aardschokken van een heftigheid die wij nauwelijks kunnen bevatten. Duizenden stormen hebben dit beeld van alle kanten aangevallen, maar het staat er nog. We zijn op de juiste plaats, Klauw.’
Ze liet de vogel enkele keren rond het versteende beeld cirkelen.
  ‘Ongeschonden,’ bromde ze. ‘Heeft de tijd geen vat op de wachters? Deze lijkt wel te leven.’
De blik in haar bleke ogen lichtte even op.
‘Terug naar de poort, Klauw,’ riep ze toen, boog voorover en klopte het dier op zijn kop.
De vogel slaakte een korte, droge kreet en wiekte noordwaarts.


Mistdraden werden door onzichtbare handen omhooggetrokken en voegden zich in het wolkendek van parelmoer. Honderd tellen later vertoonde de figuur zich in de poortopening en tuurde naar de plek waar de vogel was verdwenen.
‘Maramee, een voorteken.’ Er klonk iets van oneindige opluchting door in de stem. ‘Maar een voorteken is nog geen Teken.’
Zo bleef hij staan, uren, totdat de dag diep van kleur werd. De wolken weken vaneen toen het tijd was voor de sterren. Een loden stilte daalde over de vlakte. De figuur zuchtte en verdween weer in het bouwwerk.
www.chaptersliterair.nl
www.fantastyval.nl

Nooit was ik dichter bij de klop op de deur van de hemel dan langs het pad van de taal.

Asaherget

  • *
  • Posts: 88
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #10 on: February 26, 2008, 10:00:36 PM »
Wederom een erg mooi stuk Wim... ik ben altijd al een liefhebber van je prologen geweest en deze geeft direct weer een lekker gevoel.

Dat smaakt naar meer
Waarachtigheid is het grootste goed

Senhina

  • *
  • Posts: 356
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #11 on: February 27, 2008, 03:48:57 PM »
Ik geloof dat ik deel 1 wat hoger op mijn stapeltje moet gaan leggen. Wat een heerlijke proloog om te lezen. (ik was even vergeten dat je zo lekker schreef)
Groetjes Senhina

Mara

  • *
  • Posts: 296
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #12 on: February 27, 2008, 08:02:12 PM »
Fantastisch! De draden komen langzamerhand wel bijeen. De oude taal wordt weer door minstens een wezen gesproken, als ik de tekst van de MM boeken nog goed heb onthouden. Gusio klinkt ook bekent!!!
Bedankt Wim, hier kunnen weer even mee leven.
Oma van Maria Freyalise 19-11-2005

Maryson

  • Global Moderator
  • *****
  • Posts: 460
    • View Profile
    • http://meestermagier.com
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #13 on: February 27, 2008, 08:54:06 PM »
(ik was even vergeten dat je zo lekker schreef

Ik ook ;D.

Gusio is Gosiu, Mara ::).
www.chaptersliterair.nl
www.fantastyval.nl

Nooit was ik dichter bij de klop op de deur van de hemel dan langs het pad van de taal.

Ireth Elanesse

  • *
  • Posts: 118
    • View Profile
Re: Voor de lange wachters...
« Reply #14 on: February 27, 2008, 11:15:41 PM »
Dit stuk, evenals het vorige stuk zien er erg uitnodigend uit. Ik zal kijken..of ik binnenkort het eerste deel van De Grote Legende maar moet gaan lezen ;)..
neem nooit aan dat iets werkelijk zo is,
als je het niet met eigen ogen hebt waargenomen

 

famous