De fair is al enkele weken voorbij, maar werpt zelfs schaduwen achterwaarts, achtersteboven, zoals onze Bart pleegt te zeggen. Langzaam, stukjes bij mootjes, daalt de schrijverij weer in. Dat moet ook wel, want ik heb me voorgenomen om minstens één inzending voor de Paul Harland Prijs 2007 te creëren. Bovendien loop ik wat achter met het afronden van boek twee van De Grote Legende. De plot ligt voor me, duidelijk zichtbaar. Een flink deel ervan is ingevuld, maar pas als alles is volgelopen, weet ik vrijwel zeker dat niets me werkelijk nog zal verrassen.
Zo'n paar maanden fairgedoe zijn niet goed voor alle afspraken die ik met mensen heb gemaakt. De vierentwintig manuscripten die op me lagen te wachten, ergens in februari, liggen er nu nog. Bovenop staren twee blauwe kijkers mij aan van iemand, van wie ik weet dat ze vol spanning op mijn visie op haar werk wacht. En zo zijn er nog een aantal die hun (on)geduld nog even moeten oefenen. Dan zijn er de vier mensen die ik diepgaander begeleid. Ook die hebben on hold gestaan. Het is niet fair...
Voor de verandering zal ik dag en nacht aan de slag gaan om al die achterstanden weg te werken, voordat het prettige spook van de grote vakantie opdoemt. Immers, dan gaan we opnieuw naar het wonderbare Wales en daarna door naar het lieflijke Lake District en de Yorkshire Dales.
Als we ooit nog gaan verhuizen...