Als de dag van gisteren...
Sommige schrijfmomenten blijven me bij. Ik kan ze uittekenen, ik weet waar ik was, wat ik deed, zoals iedereen weet waar hij of zij was toen die twee vliegtuigen die twee torens binnenvlogen. Het was ergens in november, het jaar noemde zich 1997 en ik worstelde al een tijdje met "Vloch", het derde boek in de Meestermagiërreeks. Ik woonde een SF-conventie bij, en ik weet gek genoeg niet eens meer in welke plaats dat was. Den Haag, dacht ik. De bar kan ik uittekenen (...) en een aantal gezichten met bijbehorende namen zijn sinds die tijd blijven hangen in mijn gedachten, maar in welke plaats het was... Chroniqueurs zouden het kunnen uitpluizen.
Tijdens een gesprekje aan de bar met een inmiddels zeer bevriende Britse sf-auteur, hadden we het over de geboorte van ideeën en terwijl een deel van mijn geest sprak met hem en luisterde naar wat voor doordachts en interessants hij daarover te zeggen had, plopte een gedachte, een idee mijn gedachtegangen binnen. Dat idee, grappig en vooralsnog alleen maar zo'n gedachtebubbeltje, borrelde op omdat hij het had over magie en het gevaar van clichés die daarmee samenhingen. We stelden vast dat er steeds vaker stemmen opgingen die het al te simpele en ondoordachte gebruik van magie hekelden, schrijvers én lezers. We waren het roerend eens, ook al zal de wijn die warme broederschap zeker hebben gestimuleerd.
De discussie werd prettig hilarisch en opeens dacht ik: nou, dan schrijf ik toch een keer niet over magie. Dat werd in mijn gedachten een soort vorm van toverij die ik niet-magie ging noemen. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was niet-magie onmagie geworden en ontrolde zich een geschiedenis voor mijn geestesoog. Het was niet te stoppen; personages solliciteerden naar een plek in die geschiedenis en de wereld, vol eilanden met vriendelijke, weerbarstige, dwarse en koppige bewoners, diende zich aan in al zijn rijkdom aan details. De hoofdpersoon was de verpersoonlijking van die onmagie. Je zal maar geboren worden op een magisch eiland, waar iedereen kan toveren, en ontdekken dat je geen enkele magische vaardigheid bezit.
De Onmagiërreeks was geboren. Als Meestermagiër even niet geschreven wilde worden, dook ik onder in het Rijk van Romander en ontdekte niet alleen allerlei nieuwe landen en wezens, met al hun bijzonderheden en eigenaardigheden, ik ontwikkelde ook voelbaar mijn eigen stijl.
Dank je, Christopher Priest.