Een evenement, conventie, fair of festival is bijna altijd een enclave in tijd en ruimte. Ik onderga zo'n lang of kort weekend altijd als in een roes. Die roes was ditmaal dubbel en diep, vanwege het feit dat ik niet alleen bezoeker en deelnemer was, maar ook, samen met mijn Elly, organisator.
Het eerste Fantastyval op het prachtige, herfstige landgoed Wouwse Plantage is historie. Het druist en drevelt nog door mijn synapsen en bloedbanen. Pas nu dobberen details, bijzondere momenten mijn zichtveld en mijn gehoororganen binnen. Samen met een kleine zesduizend bezoekers heb ik intens genoten van alle fraaie muziek van Mostly Autumn, Mediaeval Baebes, Stream of Passion, Reincarnatus en The Old Firm, de hoogstinteressante lezingen, workshops, paneldiscussies, masterclasses en voordrachten van onvolprezen Roly Rotherham, de wereldberoemde, zeer aimabele Michael Whelan, Joe Abercrombie, Peter Schaap, Tais Teng en al die andere schrijfcollega's, de vele honderden mensen in de meest bizarre, waanzinnige, wonderschone, schokkende uitdossingen, de theateracts van de Donderelf, de Comedia del Loups, Aye de Lichtekooi, de sfeermuziek van McHollander en Krebbel, de fraaie, echt middeleeuws aandoende kampementen, de fantastische modeshows die zelfs mij – niet bepaald "modisch" – wisten te boeien, de hilarische Trotsvoetverkiezingen, de Elfenparades en voor mij de twee hoogtepunten: het magische Fantastic Freeze Moment en het zinderend Groot Rivendel Banket.
En dan was er, voorafgaand aan dit alles dat andere magische hoogtepunt: Moya Brennan op vrijdagavond. Met een geluidsniveau waarvan alle bands en artiesten iets kunnen leren, hield ze bijna duizend mensen op het puntje van hun stoel, geboeid, betoverd door al die prachtige songs die zij solo en met Clannad in ruim dertig jaar aan de wereld heeft gegeven.
Ik ben vast iets vergeten, maar het was veel.
Ik begin langzaam uit die roes te ontwaken en de enige manier om de kater te bevechten lijkt: een begin te maken met het volgende Fantastyval.