Mijn Elly en ik organiseren fairs. Nee, (nog) niet van die fantasyfair-dingen, maar fairs waarbij decoratie voor binnen en buiten, antiek, brocante, de wat sjiekere, maar ook landelijker kleding, allerlei culinairs, enzovoort wordt aangeboden. Omdat ik ook wel wil schrijven komt het organiseren zelf voor 75% op Elly neer en ben ik degene die de publiciteit verzorgt, klankbord voor Elly is en bij de entree van zo'n fair "hoofd kassa" is. Onze fairs hebben een goede naam in het land en dat beginnen we dus te merken. Moesten we er vroeger zelf opuit om standhouders te werven, tegenwoordig moeten we vooral, comfortabel achter ons bureau gezeten, selectéren uit het inmiddels enorme aanbod van standhouders die deel willen nemen. Een luxe-positie. Van 19 t/m 22 april vindt de tweede Fair aan de Maas plaats bij Mijnsheerenland. Die zit dus al overvol en nog elke dag melden zich nieuwe mensen die nog willen meedoen. Al met al kost dit mij aardig wat (schrijf)tijd. Gisteren kreeg ik echter opeens de geest en zei tegen Elly: "Ik ben er even niet, want de letteren willen weer..." Nog altijd heeft dat voorrang, als het erop aankomt. "Even" bleek ongeveer acht uur te duren. Tot diep in de nacht was ik weer in de Grote Legende bezig. Ondanks alle fairgedoe vordert het gestaag en dient zich een tweede verbijsterende ontwikkeling in de plotlijn aan. Weest dus niet bang: ondanks die fairse drukte schrijft de Wim ook nog.