We zijn verslaafd. Erger dan drugs, heftiger dan gokkerij. Kolonisten, het kaartspel voor twee. Avonden en weekends gaan eraan. Zelfs de ochtendkoffiepauze wordt soms benut om dat spel van de avond ervoor af te maken. De organisatie van de fair in april lijdt er nog niet onder en ook het schrijfproces is nog niet aangetast, maar het is allemaal op het randje. Onze vier koters bezien het allemaal van een afstandje. Gelukkig zijn ze erg zelfstandig en weten ze zich goed te vermaken, want hun ouders hebben natuurlijk geen tijd meer voor hen. Vorige week vroeg de kaasboer (jawel, hij komt nog heerlijk ouderwets wekelijks langs) zich af waarom wij gewoon aan tafel bleven zitten, terwijl hij toch al twee keer had aangebeld. Telefonisch zijn we nauwelijks meer bereikbaar en de voice-mail zit vol. Gezond eten is er ook niet meer bij; geen tijd. Het zijn de drie P's geworden: pizza, patat of poterhammen. Pas als het derde spel van de dag af is, slepen we onszelf richting bed, ergens midden in de nacht. De kinderen zijn dan al weer bijna wakker. Uren eerder heeft ons Marie, de oudste, de anderen in de pyama's gehesen en voorgelezen. 's Ochtends belt Marie de buurvrouw of onze koters mee mogen rijden met de buurvrouw, naar school, want wij liggen nog op één oor en beleven nachtmerries, gelardeerd met ridders, molens, conflicten en stadsuitbreidingen. De afwas stapelt zich op, de postbus wordt niet meer geleegd en we komen de deur niet meer uit.
Oké, misschien overdrijf ik een tikje, maar verslaafd zijn we!