Al een tijdje somberde ik aangaande de aanvoer van nieuw schrijftalent in ons genre en aanpalende schrijfgebieden. Ik heb het hier over Nederlandstalig talent.Veel mensen die graag willen schrijven, graag steeds beter willen schrijven, maar weinig echt talent dat doorbreekt. Zulke doorbraken zijn absoluut nodig om het genre in de lage landen levend te houden, te laten groeien. Ik hield en hou me bezig met de speurtocht naar die literaire lieden. Tot nu toe was dat een kronkelpad, genaamd Ad Hoc. Ik wil graag van dat hele traject van "willen schrijven" naar "publiceerbaar talent" een wat steviger klinkerweg maken, die wellicht in een niet al te verre toekomst zelfs geasfalteerd zou kunnen worden, maar al die mooie plannen sneven voortdurend in tijdgebrek en gebrek aan competente mede-organisatoren van zoiets als een schrijfinstituut voor ons genre.
Gisteren veranderde dat alles. Twee tomeloze talenten dienden zich aan, bijna gelijktijdig. Van de ene weet ik eigenlijk zeker dat hij het gaat redden. De ander gaat het, met wat begeleiding in het begin, misschien ook wel halen.
Vanochtend raakte ik onverwacht opnieuw in contact met een ander talent, iemand die enkele jaren terug had besloten de pen, samen met het keyboard, aan de wilgen te hangen. Pen en keyboard waren tijdens een vliegende storm uit de wilgen geduveld en voornoemd talent had beide artefacten opgeraapt. Wie weet...
So ist das Leben: zo zit je te sombermannen over de schraalheid van de schrijfnachwuchs, zo vliegen de talenten je om de oren.