Maryson, de band, heeft zijn plek gevonden binnen het genre van de progressieve rock. Net zo klein als het fantasygenre binnen de literatuur, net zo genegeerd door de grote stroom en net zo geweldig vanwege de brede speelruimte voor het rijk der verbeelding.
Nou vind ik de term progressieve rock verdacht en helemaal niet goed. Vroeger, toen Pink Floyd, Genesis en Camel regeerden, heette het nog symfo. Muzikantenmuziek, zei iemand pas nog. Zij bedoelde het misprijzend. Maar, hoe kan dat toch zijn? Waarom staan veel mensen niet of nauwelijks toe dat de grenzen van de verbeelding worden opgezocht?
Zijn we te zeer doordrenkt met het Hollywoodformat?
Moet alles direct, in één keer behapbaar zijn?
Moet het allemaal makkelijk genoeg zijn, zodat de lezer of de luisteraar zich niet hoeft in te spannen?
Waarom zou die lezer, die luisteraar niet tegen zijn of haar eigen grenzen aan mogen duwen?
Als mens wil je toch groeien, meer begrijpen?
Of ben ik te veeleisend?
Natuurlijk, ik chargeer. Er is niets mis met vermaak zonder inspanning. Zelf geniet ik ook van pakweg Pirates of the Caribbean en lees ik soms strips. Maar ik wil hier maar mee zeggen, dat er ook wel eens tegen grenzen aangeduwd mag worden, dat je ook wel eens voor een stuk muziek, een verhaal of een film mag gaan ZITTEN.
Mij valt zelf op dat ik de muziek die niet zomaar, hopla, binnenkomt, maar die moet beklijven, later vaak draai, terwijl de makkelijke muziek allang weer is verdwenen.
Subjectief, It is mé, ik weet het.