Author Topic: Amerikaanse Escapades  (Read 286 times)

Maryson

  • Global Moderator
  • *****
  • Posts: 460
    • View Profile
    • http://meestermagier.com
Amerikaanse Escapades
« on: November 23, 2010, 11:04:58 AM »
Ik heb het op het PF-forum gezet, maar het hoort natuurlijk ook hier thuis: een verslag van mijn bezoek aan de World Fantasy Convention en daarna aan James en Kathy Morrow en nog meer Amerikaanse Escapades.

Deel 1
Een dagboek. Anders dan dat op fantasyboeken.org . Een uitgebreid verslag in stukken, waartussen die inzichten zitten verstopt. Nog weinig inzichten in dit eerste deel, misschien. Zie het maar als een delayed longblog.
Het begon dus allemaal onvoorspoedig, de 27e oktober, met vier uur vertraging vanwege een storm aan het andere eind van de Atlantiek. Rondhangen op Schiphol behoort ook niet tot mijn favoriete bezigheden. De duty frees hebben mij weinig te bieden en de eet- en drinketablissementjes blinken uit door standaard karigheid en voedsel dat met weinig intrinsieke bevlogenheid wordt klaargemaakt, getuige het sponsachtige voorwerp dat voor een donut door moest gaan.
Ik heb iets met en tegen vliegreizen. Gefascineerd beloer ik het proces van wachten in vertrekhallen en bij de gate. Ik bestudeer heimelijk mensen die hun eigen manier hebben gevonden om de tijd te doden. Dat doen ze met hun iPhone- of Blackberry-speeltje in de hand, of ze klappen geavanceerde laptops ter dikte van een plakje Leerdammer open. Ik zie hun blik de virtualiteit induiken, terwijl hun buurman zich wijdt aan de antieke bezigheid van het lezen van Volkskrant, de Frankfurter Allgemeine of de Financial Times. Zelf heb ik een sudoku tevoorschijn gehaald, maar het wil niet vlotten. Ik zit ergens tussen niveau 7 en 8 en dat betekent dat je soms een half uur lang zit te combineren of vooruit zit te denken, voordat je weer een cijfer kunt invullen.

Als er eindelijk geboard kan worden, klappen de kaasplakjes dicht, verdwijnen de phones en stelt bijna iedereen zich op in een wachtrij. Behalve de écht geroutineerden, die weten dat hun plaatsje toch wel onbezet blijft tot zij in de vliegtuigbuis arriveren. Ik doe geroutineerd en kom als voorlaatste binnen. 
Dan begint het “iets tegen vliegreizen”. Vliegangst. Niet de zware vorm, maar toch zat ik tot voor kort met klamme handen in die buis, die op de startbaan de motoren liet gieren. Allerlei buitengewoon oncomfortabele alsook abrupte levensbeëindigingen schoten mij door het brein, terwijl de buis meters begon te maken en zichzelf uiteindelijk loshaakte van de aarde. Met enige verbazing stelde ik dan ook vast dat het ditmaal best ging.
Op weg naar Detroit en dan hopelijk nog tijdig een doorvlucht bemachtigen naar Columbus, Ohio. De soepele vlucht werd volledig teniet gedaan door een buitengewoon onhandige en onzachte landing in Detroit. Landen op één poot met zo’n intercontinentaal groot ding voelt erg beroerd aan). Luchthavens lijken allemaal op elkaar en proberen daarom op alle mogelijke manieren duidelijk te maken hoe anders en beter ze zijn. Zo ook Detroit.
De mensen die je paspoort controleren, je iris scannen en de afdrukken van al je vingers nemen, behoren tot een aparte categorie. In Detroit hebben ze allemaal leren blaffen: “Next!” en “Come on!” op een toon alsof het hún land is, terwijl ik toch geen enkele Comanche, Sioux of Hohokam kon ontdekken.

De keurig omgeboekte doorvlucht naar Columbus vereiste, dat ik in een andere hal diende te geraken. Een kwartier roltrappen en eindeloze gangen en hallen doorlopen. Kom ik bij de gate: vlucht vertraagd. Een uur later dan gepland prop ik mezelf in een uitvergrote waterleidingbuis die plaats biedt aan hooguit dertig mensen. Ik doe dit samen met ruim veertig man, waarbij minstens éénderde Amerika’s volksziekte nummer één demonstreert: schokkend overgewicht. Lag het aan mij of had dit uitvergrote pipercubje écht moeite om vlak voor het eind van de landingsbaan los te komen?
In de lagere luchtlagen turbuleert het altijd wat meer, is mijn ervaring. Het pipercubje schokte en schudde heftig van ja en ook deze landing was… slordig.
Zoiets vergeet je weer snel als je beseft dat Moeder Aarde weer zo goed was om jou met beide benen op haar oppervlak toe te laten.

Shuttlebus naar het Hyatt? Reed al niet meer, dus noodgedwongen een taxi genomen. De Ghanees-Amerikaanse driver had al meerdere conventiegangers richting Hyatt gereden. “They’re all nice people”, meldde hij. Klopt met mijn ervaringen met fantasymensen.
Na middernacht schoof ik de immense hal van het Hyatt Regency binnen en checkte snel in, bang als ik was dat ik ter plekke in slaap zou vallen. Op mijn achterste benen haalde ik mijn kamer en stortte neer op het megasize bed.
« Last Edit: November 23, 2010, 11:09:48 AM by Maryson »
www.chaptersliterair.nl
www.fantastyval.nl

Nooit was ik dichter bij de klop op de deur van de hemel dan langs het pad van de taal.

Maryson

  • Global Moderator
  • *****
  • Posts: 460
    • View Profile
    • http://meestermagier.com
Re: Amerikaanse Escapades
« Reply #1 on: November 23, 2010, 11:07:51 AM »
De volgende ochtend, donderdag 28 oktober. De officiële start van de World Fantasy Convention werpt zijn schaduwen vooruit. Na het ontbijt met Jürgen en een vergeefse poging tot inschrijven (organisatie nog niet klaar) vond ik het tijd om het megahotel te verkennen.

Het woord “gezellig” schijnt onvertaalbaar te zijn in vele talen; dat geldt ook voor Amerikaanse beeldtaal. Mijn eerste blik op de bar diskwalificeert de inrichting als mega, koel (niet cool) en volslagen sfeerloos. Gelukkig maken mensen zélf vaak de sfeer. Dat komt allemaal nog wat moeizaam op gang. Koffie is dan mijn toverwoord. Dat is hier meestal Starbucks. Het is redelijke koffie, maar háált het niet bij mijn zelfgemalen en middels ouderwets filter gedoseerd opgeschonken koffie.

Op dat moment, als de dag net open begint te schuiven, komt de derde Nederlander in Columbus, Interzone-redacteur Jetse de Vries, op ons af stuiteren met een enthousiasme dat meer bij de namiddag en avond hoort. Hij gaat een biertour doen met enkele al even enthousiaste Amerikaanse en Engelse bierkenners. De route kent veel pleisterplaatsen. Of we mee gaan. Ik niet, Jürgen wel. Ik kijk mijn uitgever met lichte verbazing aan. Hij haalt de schouders op. Dat gaat Jürgen niet afmaken, denk ik. Voor hij vertrekt, registreren we nog gauw. Ik ken het van een eerdere WFC, in Tempe, Arizona: ik krijg een volle tas boeken in handen gedrukt. Goed voor bagage-overgewicht bij de terugreis. Ik check de titels en namen van de auteurs en spring nog niet juichend op. Brandon Sanderson en Holly Black vind ik misschien wel interessant.

Jürgen verlaat het strijdtoneel en ik schuifel alleen door immense gangen, enorme zalen en van smaak en kraak gespeende eethoeken. Bij één van die eet-uithoeken kom ik Gordon van Gelder tegen. Nederlandse naam, maar uiterst Amerikaans. Hartelijk weerzien. Gordon is de uitgever van The Magazine of Fantasy & Science Fiction, één van de toonaangevende bladen in het genre. Aardige vent. Hij geeft me wat meer inzicht in de huidige markt. Hij is de laatste jaren zo ongeveer gelijk gebleven in aantallen en inkomsten en dat betekent in zijn woorden dat hij het veel beter heeft dan de meeste andere bladen. De crisis hakt er in Amerika flink in. Verkopen lopen scherp terug, sommige bladen zijn gestopt.
De markt wordt momenteel overspoeld door vampires en vooral zombies. Zelfs bekende schrijvers wagen zich aan de hype. Wat vindt Gordon daarvan? Hij houdt zich op de vlakte, merk ik. Tussen zijn woorden door meen ik echter te bespeuren dat het hem aan het hart gaat dat de goede fantasy en science fiction lijden onder deze plotselinge stormvloed.
“Film- en tv-series bepalen de markt”, stelt hij vast. “Ik heb er selectief op ingespeeld met enkele anthologieën en heb zo mijn marktaandeel weten te bewaren”.
Da’s duidelijk. “Het is zoals het is”, zegt hij nog, voor anderen zijn aandacht vragen. “Morgen domineren andere hypes de markt”. Maar hij is ervan overtuigd dat de kern van science fiction en fantasy blijvender is.
Ik haak nog even aan bij het gesprek dat Gordon met Ellen Datlow, editor van Sci-Fiction en met de fantasyschrijver Richard Bowes heeft. Er schiet teveel voor mij onbekend Amerikaans spul heen en weer en ik haak af.

Richard Bowes komt achter me aan. He likes to buy me a Blue Moon, een bier dat fruitig genoeg is om op witbier te lijken. Met een schuin oog check ik de klok. Het is na tweeën. Vooruit maar. We raken in gesprek over het verschil tussen Amerikaanse en Europese verhalen in ons genre. We verbazen ons een beetje over het duidelijke verschil, als we de verhalen die we allebei kennen naast elkaar leggen. Ik vind dat Amerika meer in beweging is, maar dat dat ook niet verwonderlijk is, omdat er veel meer bladen, conventies, workshops e.d. zijn die de verbeeldingsliteratuur stem en richting geven, die schrijver en lezer op een doorgaans goed niveau up to date houden. Europa is vooralsnog door de taalbarrières te versnipperd. “Daar doe ik iets aan”, meld ik dapper en denk aan de al bijna een jaar sluimerende plannen van mij en Deense SF-schrijver Henrik Loeyche om de Europese schrijvers van verbeeldingsliteratuur bijeen te brengen en aan de slag te gaan met een vertalerspool.
Richard is genomineerd voor de World Fantasy Award met een novella, vertelt hij. Volgens hem absoluut niet zijn beste verhaal. Dat gevoel had ik bij mijn Paul Harland Prijs 2007 ook. We stellen vast dat wij zelf misschien niet de beste beoordelers van ons eigen werk zijn. Vervolgens duiken we in allerlei facetten van het schrijfambacht, tot iemand anders vrij bot in ons gesprek inbreekt en Richard wegkaapt.

Mijn helaas niet aanwezige vriend Terry Bisson had mij op het hart gedrukt, kennis te maken met Paul Park, ook al genomineerd. Ik schoot een rijzige man aan om hem te vragen of hij Paul Park kende. “Yes”, antwoordde hij, en toonde breed lachend zijn badge. Paul Park, las ik.
Het begin van een gesprek werd onderbroken door Elizabeth Bear, die Paul begroette en ik belandde voor een beginnende schrijver, wiens naam zich ergens op één van de vele tientallen visitekaartjes moet bevinden, die ik aan de WFC heb overgehouden. Hij en een meegereisde vriend vroegen zich als debuterend WFC-bezoeker af wat de meerwaarde van zo'n evenement voor hen was. "Netwerken", meld ik. Ik haat dat woord en toch bezondig ik me er ook aan. Wie ik precies ben, vragen ze en omdat ze toch aan het netwerken zijn op advies van mij, wat kan ik voor hen betekenen. Ik meng mij in het ge-netwerk en druk beide heren mijn kaartje in de hand. “Als je een goed verhaal hebt”, meld ik geroutineerd, “stuur het dan maar op”.

Blijkbaar had hij dat nog niet, want ik heb nog niets binnengekregen. Of hij moet het nog afschrijven, maar is te veel bezig met bezoeken van conventies en internetten.
www.chaptersliterair.nl
www.fantastyval.nl

Nooit was ik dichter bij de klop op de deur van de hemel dan langs het pad van de taal.

Senhina

  • *
  • Posts: 362
    • View Profile
Re: Amerikaanse Escapades
« Reply #2 on: November 23, 2010, 02:59:21 PM »
Leuk om het ook hier te lezen.
Groetjes Senhina